Het distilleren in de middeleeuwen

Distilleren met medisch oogmerk

De eerste Europese distilleerders waren meestal monniken, die in de eerste plaats met medisch oogmerk distilleerden. Zij pasten het procédé in eerste instantie toe op wijn en kruidenaftreksels en later, in het koudere Noord- en West-Europa, waar geen druiven groeiden, op gefermenteerd graanbeslag.Men dacht in het distillaat het vijfde element gevonden te hebben: "Het levenswater". Vandaar ook in verschillende talen de benaming van het verkregen product het "Levenswater", "Aqua Vitae" in het Latijn, "Eau de vie" in het Frans, "Uisge beatha" in het Gaelic.

Een arts aan de universiteit van Salerno in Noord-Italië, de oudste universiteit van Europa, beschrijft een methode voor het distilleren van wijn. Dit geschrift uit 1107 "De aqua Ardente" onthult het raadsel van het "Brandend water". Hierin stelt de Magister dat op eenzelfde wijze waarop men rozenwater maakt, een brandbaar water uit wijn kan worden bekomen. Alvorens te distilleren voegt hij zout en wijnsteen aan de wijn toe. Nu weten we dat deze zouten niet alleen water binden maar ook meehelpen bij het uitdrijven (uitzouten) van de alcohol waardoor het distillaat een hoger alcoholgraad verkrijgt. Het distillaat werd met suiker en olie vermengd en in een kolf onder wasafsluiting bewaard. Om de brandbaarheid van het distillaat te verhogen werd zwavel toegevoegd.

De historicus E.O. Von Lipmann meldt dat het stoken van wijn tot "Weingeist" reeds tussen 1050 en 1150 in Zuid-Duitsland gekend is. Albertus Magnus (1193-1280) maakt in de dertiende eeuw reeds gewag van het aqua ardens. De bisschop van Regensburg in Beieren vervolmaakte de toen gekende stookapparatuur. Hij legde zich toe op de verbetering van de dichtingen van het apparaat door middel van kalk en koemest. Zo verbeterde hij gevoelig de koeling om alzo het condenseren te bevorderen. In deze contreien is toen sprake van het gebruik van graan voor het stoken van de "Schnapsteufel" of "Duivelsdrank".

De apparatuur voor het distilleren

Taddeo Alderotti (1233-1303) ook Thaddeus Florentinus genaamd beschreef voor zover we weten als eerste de apparatuur en de werkwijze om "Aqua vitae" uit wijn te distilleren. Op een koperen vat gevuld met wijn zette hij een koperen helm waarvan de tuit voorzien was van een spiraalvormig opgerolde koeler. Deze koeler werd voortdurend met stromend water afgekoeld en mondde uit in een glazen recipiënt waarin het distillaat werd opgevangen. Vat, helm en koeler werden aan elkaar gekleefd met een kit van levende kalk en het wit van een ei. Door deze verhoogde koeling en door het bijna luchtdicht maken van het distillatietoestel kon hij alcoholverliezen voorkomen. De wijndistillatie verliep in verschillende fasen. Wanneer de wijn voor ongeveer de helft was doorgehaald, werd het distilleren gestopt. Het distillaat werd vervolgens nog tweemaal gedistilleerd waarbij men telkens 7/10 overhield.

Nu kunnen we berekenen dat het bekomen distillaat ongeveer 50 vol % alcohol kon bevatten. Volgen Thaddeus Florentinus was het distillaat niet alleen sterk brandbaar, maar had het ook verscheidene krachten. Het werd als geneesmiddel, als "Aqua vitae", gebruikt en in de "Alkimia" kon het aangewend worden als oplosmiddel, fixeermiddel en extractiemiddel.

De vaders van het distilleren


Arnould de Villanova (1235-1312) geboren in de buurt van Valencia. is wel de "Vader van het distilleren" genoemd, want hij onderzocht niet alleen de distillatie van salpeter-, zout- en zwavelzuur, hij distilleerde ook wijn en noemde het resultaat ervan "Eau de vie" en "Aqua vitae". Arnould de Villanova produceerde een likeur op basis van alcohol uit wijn, op smaak gebracht door toevoeging van een distillaat van rozenblaadjes, citroen en andere smaakstoffen. Vooral zijn leerling Raymundo Lullus staat bekend als de man die de eerste verhandeling schreef over het distilleren. Niet zozeer de kunst van het distilleren om drank te vervaardigen stond bij hem centraal, doch zijn betrachting was evenals de alchemisten het vinden van het eerdergenoemde vijfde element, het levenselixir, en het ontdekken van de "Steen der wijzen".

Bij het begin van de veertiende eeuw start de fabricage van drie nieuwe scheikundige producten: salpeter, alcohol en minerale zuren. De productie van alcohol en minerale zuren was maar mogelijk geworden dankzij de verbeterde distillatietechniek. De drie nieuwe producten gaven aanleiding tot het ontstaan van nieuwe technologieën en ambachten. Zo werden salpeter en alcohol bij de productie van schietpoeder aangewend. Alcohol werd niet alleen gebruikt als extractiemiddel en oplosmiddel van geneeskundige stoffen, maar ook als universeel oplosmiddel voor stoffen zoals oliën, was, lakken, en sommige verf-, geur, en smaakstoffen.

Via afzonderlijk, maar parallelle, ontwikkeling begonnen de verschillende spiritualiën te evolueren. Hun scheppers beseften dat alcohol noch een vijfde element noch het geheim van de transmutatie behelsde, maar wel van medische betekenis was en dank zij de medicinale toepassing werden de distillaten populaire dranken.

Verspreiding van de techniek

De techniek van het distilleren verspreidde zich naar Holland en Scandinavië, van Ierland naar Schotland en noordwaarts van Polen naar Rusland.

In het begin van de vijftiende eeuw, in 1411, vinden we geschriften over het stoken van armagnac en dit voor plaatselijk gebruik. Terwijl Noord-Italië en de Elzas toen al de reputatie genoten als streken waar gedistilleerd werd vervaardigd. Theophrast Bombast van Hohenheim, ook bekend als "Parcelsus" (1493-1541), een duister alchemist, arts en filosoof, wist de naam alcohol definitief in te burgeren.





Referentiedocumenten

  1. Malt whisky - Charles MacLean- Uitgeverij Bosch & Keuning - ISBN 90 246 042 73
  2. "Whisky" - Bob Minnekeer - Stefaan Van Laere - Lannoo/Schuyt & co - ISBN 90 209 3452 X
  3. "Whisky" - Helen Arthur – Librero - ISBN 97 818 092 3629
  4. "Jenever, een Belgische belevenis" - Ronald Ferket en Hugo Elsemans - Uitgeverij Project Antwerpen - ISBN 90 5078 002 4
  5. "Jenever in lage landen" - Eric Van Schoonenberghe - Stichting Kunstboek - ISBN 97 890 743 7430
  6. "Spectrum Drankatlas, de wereld van het gedistilleerd" - Tony Lord - Uitgeverij Het Spectrum - ISBN 90 274 8947 5