De kunst van het distilleren in de oudheid


De oorsprong van het distilleren

Naargelang invalshoek en eigenbelang wordt de uitvinding toegeschreven aan de Chinezen, de Egyptenaren, de Grieken, de Romeinen of de Alexandrijnen, maar alleszins dateert de uitvinding zich in de eeuwen voor Christus.

Uit archeologische vondsten leidden we af dat de Mesopotaniërs al omstreeks 3500 v.C. eenvoudige distilleertoestellen kenden, die gebruikt werden voor het vervaardigen van parfums en voor het stoken van essences uit bloemen en planten.

Vermoedelijk werd reeds in 800 v. C. door de Chinezen een soort raki "Alaki" of "Suatchoo" vervaardigd uit rijst en gierst. Waarbij de Mongolen beschouwd worden als de uitvinders van het distilleren. Uit vergiste merrymelk verkregen zij na verwarming hun "Koemis", een alcoholische drank. Marco Polo berichte in 1297 over de winning van deze koemis door de Mongolen. Marco Polo beschrijft dat de tentendorpen van deze nomaden gehuld waren in een waas van alcoholhoudende dampen. Later wordt dit nog bevestigd door de franciscanenmonnik Rubruk. Verder in het Oosten distilleerden Indiërs en Singalezen drank uit rijst en melasse of het sap van palmbomen "Arrack" gemaakt.


De eerste tekenen

Op oude reliëfs in de Egyptische tempelstad Memphis, gelegen aan de Nijl, vindt men afbeeldingen van primitieve distilleerkolven. Zelfs in de bijbel wordt reeds melding gemaakt van alcohol of alleszins van de uitwerking ervan.

De Griekse wijsgeer Aristoteles (384-322 v.C.) praat in zijn geschriften over het bevrijden van de geest uit de wijn. Hij beschreef hoe "Zeewater drinkbaar kon worden gemaakt door distillatie". Hierin wordt verhaalt hoe matrozen drinkwater produceerden uit zeewater. De matrozen kookten zeewater, vingen de waterdamp op in een spons die ze vervolgens uitknepen.

Gaius Plinus Secundus, ook Plinius Maior of Plinius de Oudere, (23-79 n.C.) heeft het in zijn wetenschappelijke encyclopedie over met vuur verhitte wijn. Hij beschrijft de bereiding van terpentijn uit de hars van pijnbomen. De hars wordt verhit en de stoom wordt opgevangen door een laag wol die is vastgemaakt aan de onderkant van een vat.

Spijtig genoeg blijven er niet voldoende gegevens over om hieruit te kunnen besluiten dat dit de eerste geschreven tekst zou zijn over distilleren. Zeker is wel dat het woord "Distillatie" afkomstig is van het Latijnse "Distillare", wat neerdruppelen betekent.


De kunst van het distilleren

De kunst van het distilleren van parfums en medicijnen kwam waarschijnlijk vanuit het Oosten naar de Grieken en Romeinen, die weer hun eigen medicijnen ontwikkelden, hoewel een van de zeldzame recepten wijn als basis heeft. Zo werd rond 200 n.C. een glas wijn met wat peper gebruikt tegen indigestie.

De aanwijzingen uit de oudheid laten vermoeden dat de kunst van het distilleren reeds gekend is, niet om de drank, maar om essences en allerlei medische middelen te vervaardigen. Men dronk toen nog altijd grote hoeveelheden wijn. Het meest waarschijnlijke zal wel zijn dat het distilleren een parallelontwikkeling heeft doorgemaakt en dat de uitvinders, los van elkaar, zich met dezelfde materie hebben beziggehouden.



De bakermat

De bakermat van de distilleerkunst bevond zich in Alexandrië waar Griekse en Egyptische geleerden de beroemde Alexandrijnse hogeschool oprichtten. Hier werkten onder meer Maria de Jodin (tweede eeuw), Zosimos ( ca. 350-ca 420 n.C.), en Synesios ( ca. 365 - ca. 415 n.C.). Maria de Jodin wordt algemeen aanzien als de uitvindster van het distilleertoestel. Bovendien wordt haar de uitvinding van het warm waterbad (bain-marie) toegeschreven. Het distilleertoestel van Maria de Jodin was gemaakt uit koper, geglazuurd aardewerk of glas en bestond uit drie elementen: de cucurbit (kookpot) met alambiek (helm), een buis om het distillaat af te voeren en een recipiënt of fiool. De helm werd op de kookpot gekit en was voorzien van een inwendige goot waarin de gecondenseerde dampen werden opgevangen. Via de tuit van de helm liep het distillaat in de afvoerbuis om in de fiool te worden verzameld. Deze fiool was een sierlijk gevormd flesje met lange hals en kleine buik. Vanaf de tiende eeuw wordt onder alambiek niet enkel de helm maar het gehele distillatietoestel verstaan.


De alambiek van Synesois is tot dusver de oudste gekende afbeelding van een alambiek. Hij is beschreven en afgebeeld in een vijftiende eeuws manuscript. De alambiek bevindt zich in een warm water- of zandbad dat steunt op een driepikkel.

De Arabieren verfijnden de allereerste primitieve stookapparatuur en brachten deze kunst via Spanje naar Europa.

Via kruistochten en de Moorse nederzettingen in Sicilië en Spanje kwam de Westerse wereld in contact met de Arabische cultuur en wetenschap. De Arabieren hadden voor de distilleerkunst enkel maar interesse uit medisch en wetenschappelijk oogpunt. De Koran verbiedt immers de Mohammedanen het gebruik van alcoholische dranken. Door de jaren heen raakten de Arabieren hun belangstelling voor deze kunst kwijt en waren het hun Europese collega's die de informatie erover uit hun geschriften pluisden.





Referentiedocumenten

  1. Malt whisky - Charles MacLean- Uitgeverij Bosch & Keuning - ISBN 90 246 042 73
  2. "Whisky" - Bob Minnekeer - Stefaan Van Laere - Lannoo/Schuyt & co - ISBN 90 209 3452 X
  3. "Whisky" - Helen Arthur – Librero - ISBN 97 818 092 3629
  4. "Jenever, een Belgische belevenis" - Ronald Ferket en Hugo Elsemans - Uitgeverij Project Antwerpen - ISBN 90 5078 002 4
  5. "Jenever in lage landen" - Eric Van Schoonenberghe - Stichting Kunstboek - ISBN 97 890 743 7430
  6. "Spectrum Drankatlas, de wereld van het gedistilleerd" - Tony Lord - Uitgeverij Het Spectrum - ISBN 90 274 8947 5