The Central Highlands

Deze regio omvat Pertshire, een deel van Dumbartonshire en Stirlingshire in het zuiden en een deel van Inverness-shire in het noorden.

De meeste oude en nieuwe distilleerderijen in deze regio werden gebouwd langs de vruchtbare valleien die waren uitgesneden door de machtige Tay, Schotlands langste rivier, en zijn zijrivieren de Earn en Tummel.

Vroeger werden de whisky’s uit deze regio “The Perthshire Malts“ genoemd. Ze hebben doorgaans een lichtere body en ze zijn zoeter dan andere Highland malts, afgezien van de Speysides. Net als de laatste vertonen ze vaak bloesem, vlierbessen-, heide-, honing- en specerijgeuren. Anders dan Speysides hebben ze de droge afdronk die zo kenmerkend is voor andere Highlanddistricten.

In de Central Highlands hebben zich door de jaren heen 128 distilleerderijen gevestigd, ruim dertig meer dan enig ander deel van Schotland. Op negen na werden ze allemaal voor 1840 opgericht en hiervan zijn er nog maar zes over : Dalwhinnie, Glenturret, Blair Athol, Deanston, Tullibardine en Edradour. Dit waren allemaal boerendistilleerderijen, waarvan Edradour het belangrijkste nog bestaande voorbeeld is.



24. Dalwhinnie
34. Blair Athol
35. Edradour
36. Aberfeldy
37. Glenturret
39. Tullibardine
40. Deanston

The Eastern Highlands

Deze regio ligt bijna helemaal onder de Highland Line zoals gedefinieerd in de wet van 1797, maar boven de oorspronkelijke lijn die de Wash Act van 1785 had vastgesteld. De regio strekt zich uit vanaf de Firth of Moray tot de Firth of Tay en westwaards zo ver als Deeside. Ze omvat de oude graafschappen Forfarshire en Aberdeenshire, en de whisky’s uit deze regio kunnen worden ingedeeld in twee groepen die grofweg overeenkomen met de oude graafschapgrenzen.

Oostelijke malts hebben meestal een medium tot volle body, zijn zacht en zoetig, maar ze hebben de typische droge Highland afdronk. Ze zijn moutig en vaak enigszins rokerig: soms toffee-achtig, met een vleugje citrusvruchten, gember en specerijen. De rijping op sherryfust doet ze enorm goed. Er hebben in het oosten in totaal 76 distilleerderijen gestaan. Het hoogtepunt was direct na de Excise Act van 1823. Tussen 1825 en 1839 werden zo’n 36 distilleerderijen in deze regio opgericht.

In de woorden van whiskyliefhebber Aeneas MacDonald: Met Forfarshire is de zuidelijke grens van het noordelijke maltgebied bereikt, dat zich uitstrekt tot Peterhead. In de prachtige valleien en hooglanden van de Sidlaws staat de wieg van Glencoull, Glencadam en North Port, de Brechin whisky. Kincardine voegt daar nog twee Mearns whisky’s aan toe, Auchenblae en Glenurie, die in Stonehaven worden gemaakt.

Helaas is de regio van de East Highlands zwaar getroffen door sluitingen. North Port en Glenury zijn nog te krijgen, maar ze zijn zeldzaam.

Nog drie andere Mearns whisky’s kom je af en toe tegen: Glenesk en Lochside uit Montrose en Old Fettercairn uit het midden in de Mearns gelegen Laurencekirk. De eerste zijn gesloten, maar de Fettercairn distilleerderij is nog operationeel.

De distilleerderijen uit Aberdeenshire is het in de 20ste eeuw beter vergaan dan die uit Forfarshire.

Royal Lochnagar is de meest zuidelijke. Glen Garioch kende als gevolg van een onbetrouwbare waterbron en onregelmatige geschiedenis. De stad Aberdeen zelf heeft een tiental distilleerderijen gekend, waarvan Bon Accord (1855-1910) en Strathdee (1821-1938) het langst hebben bestaan.



20. Glenugie
22. Glen Garioch
25. Royal Lochnagar
26. Glenury Royal
27. Fettercairn
28. Glenesk
29. North Port
30. Glencadam
31. Lochside

The Northern Highlands

De distilleerderijen uit the Northern Highlands liggen allen aan de kust, behalve Glen Ord en Tomatin. De laatste distilleerderij heeft meer een Speyside karakter. De ligging aan de kust beïnvloed de smaak van de whisky’s, waarvan een groot aantal een opvallende ziltheid hebben. Ze zijn over het algemeen complex, hebben medium body en zijn soms kruidig. De noordelijkste, Pulteney, Clynelish, Balblair, zijn rokerig. Met name de laatste, die gemakkelijk voor een Islay malt kan worden aanzien.

Ze zijn meestal te delicaat om te profiteren van volledige rijping op sherryfust, maar een “sherry voltooiing“ (dwz rijping op sherryfust gedurende het laatste jaar) doet ze goed. Dit werd voor het eerst toegepast in de Glenmorangie distilleerderij.

In het zuiden waren er de distilleerderijen van Inverness. Deze zijn allemaal ter ziele, maar drie malts Glen Albyn,Glen Mhor en Millburn zijn soms nog te verkrijgen en het zijn allemaal typische Highland whisky’s. Andere, ouder distilleerderijen in deze stad hadden kleurijke namen als Ballackarse, Phopochy, Polnach en Torrich.

Als we het “Report of the Select Committee on the Distillery in The Different Parts of Scotland (1798-99)“ mogen geloven, was het eind van de 18de eeuw het hoogtepunt van de distilleerderijen in Noord-Schotland. Het rapport vermeldt 33 distilleerderijen en voor 1824 zouden er nog eens 31 bij zijn gekomen.

Na de “Excise Act“ van 1823 kwamen er nog eens 16 bij. Een groot deel hiervan bestond maar kort, hoewel sommige werden overgenomen door andere bedrijven. Hierna werden er minder malt distilleerderijen in het noorden opgericht. 6 sinds 1880, waarvan er nog maar één bestaat « Clynelish ». in 1961 werd een grote grain whisky distilleerderij geopend in Invergordon.



1. Old Pulteney 8. Ben Wyves
2. Clynelish 9. Glen Ord
3. Brora 10. Royal Brackla
4. Balblair 11. Millburn
5. Glenmorangie 12. Glen Mhor
6. Dalmore 13. Glen Albyn
7. Teaninich 23. Tomatin

The Western Highlands

Er zijn verbazingwekkend weinig distilleerderijen in de West Highlands geweest. Campbeltown, dat hier als afzonderlijke regio is opgenomen, vormt hier een uitzondering. De Scotch Whisky Industry Record noemt er maar 28. De meeste zijn voor 1830 opgericht en een groot deel daarvan is de ligging onbekend.

Het is veel betekenend dat negen van de ons bekende distilleerderijen in de West Highlands aan de Firth of Clyde lagen. In Ardrishaig vlak bij Lochgilphead lagen er nog eens drie, drie ervan lagen dicht bij Tarbert en er was één in Dunoon, één in Sandbank en één in Ardincaple.

Het is eveneens veel betekenend dat de twee distilleerderijen aan de westkust die nu nog bestaan aan een spoorweghoofd liggen. De ene is Ben Nevis in Fort William, de andere is Oban.

Glengoyne is geregistreerd als Lowland whisky’s. Maar de huidige eigenaars verkiezen hem als Highland whisky’s te catalogeren. De Loch Lomond distilleerderij ligt op de grens van de Highlands en de Lowlands. Toch worden zijn malts als Highland malts

Campbeltown

Dit district was zeer geschikt voor de productie van whisky, want het lag ver van de buurtcentra en het was rijk aan gerst en turf. Toen in 1794 de Statistical Account of Scotland was samengesteld, waren er 22 illegale distilleerderijen bekend in de stad en nog eens 10 op het omringende platteland.

Voor 1823 waren er maar drie legale distilleerderijen in Campbeltown, en toch was er in Glasgow een grote vraag naar Kintyre whisky. Tussen 1823 en 1834 hebben nog eens 27 distilleerderijen een vergunning aangevraagd.

In 1887 draaiden er 21 distilleerderijen, die meer dan 250 werknemers in dienst hadden en die bijna 10 miljoen liter whisky produceerden. Campbeltown kon met recht en reden « de whiskystad » genoemd worden. Dit was het hoogtepunt in de welvaart van deze regio.

In 1930 vermelde Aeneas MacDonald het bestaan van de distilleerderijen Benmore, Glen Scotia, Rieclachan, Kinloch, Springside, Hazelburn, Glenside, Springbank, Lochruan, Lochead en Dalintober. Maar behalve Springbank, Glen Scotia en Rieclachan functioneerden deze toen feitelijk al niet meer en de laatst genoemde zou vier jaar later volgen.



32. Glenlochy
33. Ben Nevis
38. Oban
41. Loch Lomond
42. Glengoyne
43. Glen Scotia
44. Springbank
45. Glengyle


The Lowlands The Highlands Speyside The Islands

Referentiedocumenten

  1. Malt whisky - Charles MacLean - Uitgeverij Bosch & Keuning - ISBN 90 246 042 73
  2. Whisk(e)y - Stefan Gabányi - Abbeville Press Publishers
  3. Malt Whisky Companion - Michael Jackson - Vierde editie - Dorling Kindersley Limited – Pinguin Group -ISBN 0 7513 9708 4