Menigeen acht de winderige eilanden aan de west- en noordkust van Schotland typerend voor de woeste schoonheid van het hele land. Deze eilanden zijn eeuwenlang afzonderlijke koninkrijken geweest, bestuurd vanuit Islay en vanuit Noorwegen.

De statuten van Iona uit 1609 bevatten de eerste vermelding van distillatie op de eilanden. Daar wordt verwezen naar een oorkonde die de eilandbewoners toestond aqua vitae te distilleren maar niet te importeren. Deze situatie is blijven bestaan.

Alle eilanden, behalve Islay, worden gewoontegetrouw onderverdeeld bij de regio Highlands. Maar de eilanden vertonen grote onderlinge verschillen.

Het klimaat is anders dan op het vasteland. Een nat zeeklimaat met krachtige winden, maar de winters zijn zelden streng en op verscheidene beschutte plaatsen groeien palmbomen.

Daarom zou het logischer zijn de eilanden als een aparte regio te beschouwen. Waarbij de verschillende eilanden als aparte districten kunnen beschouwd worden, zoals in de Speyside-regio.



1. Highland Park 9. Bowmore
2. Scapa 10. Lagavulin
3. Talisker 11. Ardbeg
4. Tobermory 12. Laphroiag
5. Bunnahabhain 13. Port Ellen
6. Caol Ila 14. Isle of Arran
7. Isle of Jura 15. Kilchoman
8. Bruichladdich 16. Blackwood

Islands - the Isle of Islay

Het eiland Islay zou wel eens de Schotse bakermat van de whisky distillatie kunnen zijn.

De Scotch Whisky Industry Record somt 21 distilleerderijen op waarvan bekend is dat ze in de 19de eeuw op Islay hebben bestaan. Alle vroege legale stokerijen waren verbonden aan boerderijen, sommigen bestonden maar kort. Bijvoorbeeld Daill (1814-1837), Bridgend (1817-1822), Newton (1818-1837), Scarabuss (tot 1817), Ballygrant (tot 1821), Tallant (tot 1821), Ardenistiel (1837-1848) en Kildalton (1849-1852). De laatste twee werden overgenomen door Laphroaig.

Andere hielden het iets langer vol, zoals Octomore (1819-1852), Lochindaal (1829-1929) en Malt Mill (1908-1960). Deze laatste werd opgericht binnen Lagavulin in de hoop een malt te produceren die leek op die van z’n naaste buur, Laphroaig.

De huidige distilleerderijen kunnen in twee groepen worden verdeeld: noordelijke en zuidelijke, met Bowmore er tussenin, zowel geografisch als aromatisch.

Islay malts zijn vermaard vanwege hun rokerigheid, die het gevolg is van het fenolgehalte dat aan de mouter wordt gevraagd en het donkere, turfachtige water van het eiland.

De zuidelijke distilleerderijen Ardbeg, Lagavulin, Laphroaig en Port Ellen leveren Schotlands turfrijkste whisky’s. In de whisky’s van Bowmore en Caol Ila is turfrook merkbaar maar niet overheersend, terwijl Bruichladdich en Bunnahabhain hun uiterste best doen de invloed ervan zo veel mogelijk te beperken, zodat hun afkomst en karakter zich niet gemakkelijk laten raden.



5. Bunnahabhain 11. Ardbeg
6. Caol Ila 12. Laphroiag
8. Bruichladdich 13. Port Ellen
9. Bowmore 15. Kilchoman
10. Lagavulin

The Islands - the other Islands

Op de Hibriden en andere eilanden werd whisky disitillatie bijna altijd illegaal bedreven, zelfs na 1823. The Scotch Whisky Industry Record noemt slechts 22 bekende legale distilleerderijen op de eilanden, inclusief die op Orkney.

Net als hun collega’s uit de West Highlands lieten de distillateurs van de eilanden zich niet registreren doordat dit gebeid lastig te controleren was en dankzij de begunstiging van sympathieke magistraten hoefden ze het domweg niet te doen.

Legaal distilleren was op de eilanden bovendien onaantrekkelijk vanwege het ongemak en de kosten van het transport over zee. De arme grond en het natte klimaat bemoeilijkten op alle eilanden de verbouw van gerst, die dus moest worden geïmporteerd. En hoewel er voldoende turf was, moest steenkool die nodig was om de stills economisch verantwoord te stoken, van elders komen. Tenslotte moest de whisky op het vasteland worden verkocht.

Tot de distilleerderijen die maar kort hebben bestaan en al lang niet meer functioneren, behoren er twee op Bure, één op Arran en Jura, twee op Tiree, zeven op Skye en twee op Orkney.

Toch werden de whisky’s van Arran ooit in één adem genoemd met die uit het zeer gewaardeerde Glenlivet.

De whisky’s van de “Islands” hebben een eigen karakter. Typische malts zijn opvallend turfachtig, maar minder dan hun neven op Islay, en ze hebben een peperachtig zweempje in de afdronk.



1. Highland Park 7. Isle of Jura
2. Scapa 14. Isle of Arran
3. Talisker 16. Blackwood
4. Tobermory


The Lowlands The Highlands Speyside The Islands

Referentiedocumenten

  1. Malt whisky - Charles MacLean - Uitgeverij Bosch & Keuning - ISBN 90 246 042 73
  2. Whisk(e)y - Stefan Gabányi - Abbeville Press Publishers
  3. Malt Whisky Companion - Michael Jackson - Vierde editie - Dorling Kindersley Limited – Pinguin Group -ISBN 0 7513 9708 4